Spring naar content
Ausführliche Beschreibung der vorgewählten Orgel

Berlin, Deutschland (Berlin) - Sankt Jacobikirche (Kreuzberg)
Verwoest (1945)
Gemeinde: Berlin

Beschreibung nr.: 2017504. Import Datum: 12/11/2006. Letzte Mutationen: 24/03/2018. Daten aus 2017.

Gebaut von: Johann Friedrich Schulze und Lang & Dinse (1847)
Verwoest (1945)
JahrOrgelbauerOpusAktivität
1847 Johann Friedrich Schulze  Neubau
1847 Lang & Dinse  Neubau
ca. 1920 Emanuel Kemper & Sohn  Umbau
1936 Emanuel Kemper & Sohn  Änders der Disposition

Johann Friedrich Schulze bouwde in 1846 een nieuw orgel voor de Jacobikirche in Berlijn. Het werd gebouwd in samenwerking met de firma Lang & Dinse. Het grootste deel van het instrument is door Schulze geleverd. In juli 1847 kon het orgel in gebruik worden genomen. In de jaren rond 1920 is het orgel door de firma Kemper verbouwd volgens plannen van de toenmalige organist Wolfgang Auler. Er werden veel wijzigingen doorgevoerd in de geest van de Orgelbewegung. Kemper werkte ook in de jaren 1934-1936 nog aan het orgel. Hierbij werden nog enkele wijzigingen aan de dispositie uitgevoerd. Het orgel is op 3 februari 1945 verloren gegaan bij bombardementen op de stad.

Technische Daten
Hauptwerk15
Oberwerk8
Pedal8
Gesamtzahl der Stimmen31
Tonumfang ManualC-f'''
Tonumfang PedalC-d'
TastentrakturMechanisch
RegistertrakturMechanisch
Windlade(n)Sleeplade

Disposition
Hauptwerk: Bordun 32', Bordun 16', Prinzipal 8', Dulzian 8', Gedackt 8', Hohlflöte 8', Quinta 6', Oktave 4', Spitzflöte 4', Quinte 3', Oktave 2', Kornett 5 fach, Cymbel 3 fach (2'), Mixtur 5 fach (2'), Trompete 8'.
Oberwerk: Lieblich Gedackt 16', Geigenprinzipal 8', Salicional 8', Rohrflöte 8', Prinzipal 4', Flauto Traverso 4', Oktave 2', Mixtur 3 fach (1 1/3').
Pedal: Subbaß 16', Violon 16', Oktavbaß 8', Violon 8', Gedackt 8', Oktav 4', Posaune 32', Posaune 16'.
Koppeln: Manualkoppel, Pedal - Hauptwerk.

Übrige dispositiondaten
Mehrere dispositionen
  • De dispositie luidde in 1930:
    Hauptwerk: Gedackt 16', Prinzipal 8', Quintade 8', Rohrflöte 8', Quinte 5 1/3', Oktave 4', Holzflöte 4', Nasat 2 2/3', Oktave 2', Rauschpfeife 2 fach (1 1/3'+1'), Mixtur 5-7 fach, Dulcian 16', Trompete 8'.
    Oberwerk (Schwellwerk): Gedackt 8', Prinzipal 4', Quintade 4', Quinte 2 2/3', Oktave 2', Klein Sedetz 1', Tertian 2 fach, Mixtur 3 fach, Regal 8', Tremulant.
    Pedal: Subbaß 16', Oktavbaß 8', Gedackt 8', Oktave 4', Nachthorn 2' , Rauschpfeife 5 fach, Posaune 16', Klarine 4', Kornett 2'.
  • De dispositie luidde in 1945:
    Hauptwerk: Gedackt 16', Prinzipal 8', Quintade 8', Rohrflöte 8', Quinte 5 1/3', Oktave 4', Spitzflöte 4', Nasat 2 2/3', Oktave 2', Rauschpfeife 2 fach (1 1/3'+1'), Scharf 3 fach, Dulcian 16', Trompete 8'.
    Oberwerk (Schwellwerk): Gedackt 8', Hohlflöte 8', Prinzipal 4', Quintade 4', Oktave 2', Klein Sedetz 1', Tertian 2 fach, Mixtur 3 fach, Regal 8', Tremulant.
    Pedal: Subbaß 16', Prinzipal 8', Gemshorn 4', Nachthorn 2' , Rauschpfeife 5 fach, Posaune 16', Trompete 8', Klarine 4', Kornett 2'.
Weblinks http://www.luisenstadtkultur.de/Orgel.html (12/11/2006)